Korte tijd terug heeft chiel zonder toestemming van zijn moeder, heel stiekems een gitaar gekocht. Eigenlijk mocht dit niet want hij moet nog het boeken kopen van digitale didactiek en dat kan dus nu niet meer…..
Dat was niet handig….
Filed under: Geniaal | Tags: 035, 1, biologie, bonnet, ludwig, mard, mathieu, operette, scene, zaad
Scene 1 – Salzburg, 18 maart, 1853.
Voor het huis van de Baron von Sassen komt veel lawaai van hinnikende paarden. Een koets probeert achteruit in te parkeren maar het lukt niet al te best. Het is de koets van Arnold. Al vloekend probeert de koetsier Dietrich de paarden de goede richting op te sturen. Na veel moeite en woordenwisselingen lukt het dan om de koets enigszins op de juiste plek te krijgen. De paarden grommen nog wat na.
Wat is het dat deze koets zo graag voor het huis van de Baron von Sassen moet parkeren als er in de luxe straat nog zat plek is. De oorzaak van dit gebeuren is te vinden bij de plannen van Arnold, die op het punt staat om de Baron von Sassen de hand van zijn beeldschone dochter Sofia te vragen.
Het tijdsbesef van Arnold is niet zo goed ontwikkeld want het is 8 uur in de ochtend en de Baron von Sassen ligt nog lekker te maffen in zijn riante hemelbed. Arnold belt vol goede moed aan. Een bediende (Franz), die nog wel eens aan z’n seksuele geaardheid mag twijfelen, doet de deur open. Bijna op hetzelfde moment gaat het raam van de slaapkamer van von Sassen open en de slechtgehumeurde Baron wil nu wel heel graag weten waarvoor hij zo vroeg uit zijn elitaire schoonheidsslaap wordt gehaald.
Arnold doet zijn aanzoek maar de Baron is niet zo erg onder de indruk, helemaal niet zelfs. Het liefste zou hij willen dat Arnold in rook opgaat en dus smeed hij een plannetje. Een week daarvoor is de lievelingsgeit van de Franz weggelopen, en dit is de ultieme kans om van Arnold af te komen en om ervoor te zorgen dat hij Franz niet kwijtraakt, die op het punt stond het arme beest te gaan zoeken. De Baron beloofd dat als Arnold de geit terug vind, dat hij dan zijn dochter Sofia mag trouwen. Als Arnold terug komt zonder de geit kan hij net zo goed wegblijven, want de hand van Sofia zal hij dan toch niet krijgen. Arnold is zeer ontmoedigd want hij weet net zo goed als de Baron dat hij die geit hoogstwaarschijnlijk nooit meer zal vinden. Maar dapper als hij is stemt hij er mee in en gaat op weg.
Even later komt Hans, volgens de Baron von Sassen de ideale schoonzoon, langs. In een klap is de Baron over zijn ochtendhumeur heen. Opeens wordt de Baron toch een beetje zenuwachtig. Stel je nou eens voor dat Arnold wel die geit weet te vinden. Hij besluit daarom Hans in te zetten om te voorkomen dat Arnold ooit bij die geit weet te komen, lukt Hans dit, dan mag hij zijn beeldschone dochter Sofia trouwen.
Door al dit tumult is Sofia nu ook wakker geworden. De Baron deelt Sofia mee dat Arnold helaas is weggelopen en niet meer terug zal komen. Op hetzelfde moment laat hij doorschemeren hoe geweldig Hans wel niet is, maar daar luistert ze al niet meer naar. Haar gedachten gaan alleen nu maar uit naar haar geliefde Arnold.
Hans belooft de Baron alles op alles te zetten om te voorkomen dat Arnold die geit vindt. Hij gaat op zoek naar een goede vermomming en ook hij gaat op weg.
wordt vervolgd….. ofzo
|
Een BIT verslag bevat de volgende onderdelen: - begrijpen: o Is de strekking van wat je leest jou duidelijk? o Is de argumentatie helder en juist? o Welke vragen heb je n.a.v. de strekking en argumentatie? - integreren: o Hoe past wat je hebt gelezen bij jouw eigen ervaringen? o Heb je voorbeelden of tegenvoorbeelden bij wat je hebt gelezen? o Welke verbanden zie je met andere onderwerpen of theorieën? o Wat spreekt je wel/niet aan en wat vind je wel/niet belangrijk? - toepassen: o Welke mogelijkheden zie je om wat je hebt gelezen toe te passen in je eigen onderwijspraktijk? o Welke concrete voornemens maak je hierbij? |
De strekking van wat ik heb gelezen is mij in grote lijnen duidelijk. Af en toe struikelde ik over de bepaalde begrippen maar uit de tekst kon ik wel ongeveer halen wat die betekenden.
De argumentatie is op zich ook wel helder maar ik vindt niet dat het juist is. Over het hele hoofdstuk wordt beweerd dat de traditionele wijze van lesgeven verkeerd is (dat sfeertje wordt tenminste wel opgeroepen) en het ‘meaningfull learning’ wordt als de zaligmaker omschreven. Het traditionele leren zou volgens Jonassen alleen een kwestie zijn van kennis toetsen waarbij inzicht niet getoetst (kan) wordt. Hier ben ik het niet mee eens want inzichtelijke kennis kan en wordt ook in het traditioneel onderwijs gedoceerd en getoetst. Goede voorbeelden daarbij zijn vakken zoals geschiedenis, economie, aardrijkskunde, filosofie.
De vragen die mij zo’n stuk tekst oproepen zijn bijvoorbeeld: “Op welke feiten baseer je deze tekst?” of “Is dit gebaseerd op traditioneel onderwijs zoals die in scholen op de VS wordt gegeven?”.
Ik kom zelf altijd traditioneel les gehad, alleen in het laatste jaar kregen we wel vaak te maken met methodes volgens het nieuwe leren. Dit vond ik prima maar ik leerde er niet veel meer door dan bij de andere lessen die ik volgde.
Wat mij in het nieuwe leren aanspreekt is dat je moet reflecteren op ‘wat heb ik nou geleerd?’, dat is een onderdeel wat ik zelf tijdens mijn middelbare schoolperiode niet heb gehad. Dit heeft echter geen drastische negatieve gevolgen gehad…
Ook al ben ik voorstander van traditioneel onderwijs wil ik zeker onderdelen volgens het nieuwe leren toepassen in mijn les. Ik geef zelf les aan lwoo leerlingen uit de eerste klas die snel in de stress kunnen raken als er teveel veranderingen zijn. Ik kan de leerlingen wel een formulier laten invullen wat denken geleerd te hebben aan het einde van elke periode.
heb een reactie achter gelaten bij:
sjoerd ==> http://zwetendeovide.wordpress.com/2008/11/26/dossieropdracht-4/#comments
Joerie ==> http://joeri87.wordpress.com/2008/11/17/opdracht-4/#comment-11
Bram ==> http://bongoboy1989.wordpress.com/2008/11/23/een-bit-verslag/#comment-34
Filed under: Geniaal
[yt]http://www.youtube.com/watch?v=9HnwNeTCWnU[/yt]
Filed under: opdrachten | Tags: 4, bit, opdracht, paco, reactie, stijn, verslag, vervangende
De aanvullende opdracht: zoek op de blogs van jouw klasgenoten twee uitwerkingen van opdracht 4. Schrijf op die twee uitwerkingen een commentaar. Beschrijf wat je goed vind, waar je toelichting op zou willen en wat die uitwerkingen jou hebben opgeleverd.
Voor deze opdracht heb ik gebruik gemaakt van:
http://progpigeon.wordpress.com/2008/11/28/opdracht-4-what-is-meaningful-learning/
&
http://stienos.wordpress.com/2008/12/01/opdracht-4-what-is-meaningful-learning/
Hieronder staat de uitwerking van opdracht 4 van Paco
Begrijpen
De strekking is duidelijk. Tot op heden wordt er van leerlingen verwacht dat ze op school resultaten behalen. Echter, wanneer leerlingen alleen leren voor een toets, dan steken ze er zelf eigenlijk weinig van op. Om er voor te zorgen dat de leerlingen de geleerde stof echt begrijpen en ook vast blijven houden in plaats van alleen op te hoesten bij een toets, moet je een manier vinden om de leerling bereidwillig te maken om die stof echt te begrijpen.
Om tot dat doel te komen zijn daar de vijf kenmerken van “betekenisvol leren”:
- Actief
De leerling is actief met het leren bezig. Dat wil zeggen, hij gebruikt beschikbare middelen en ziet wat zijn handelen uitwerkt. - Constructief
Leerlingen moeten kunnen reflecteren op wat ze doen. Ook is het belangrijk dat ze dit kunnen verwoorden. Actief en constructief zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. - Intentioneel
Het leren moet een duidelijk doel hebben. - Authentiek
Het leren staat in een context uit het ‘dagelijks’ leven. - Coöperatief
Leerlingen leren samen, om van elkaar te leren en om elkaar te helpen. Ideeën worden uitgewisseld en kennis wordt verrijkt.
Verder is het nog eens zo dat men moet leren MET technologie en niet VAN technologie. De leerling moet dus gestimuleerd worden (door middel van technologie) om zelf over dingen na te denken. Een leerling leert er niks van wanneer de docent als het ware middels een trechter allerlei lesstof in het hoofd van de leerling giet. Zo is het ook wanneer die ‘leraar’ de computer of het internet is. Op deze manier wordt er gereproduceerd en leert een leerling er niets van omdat hij het zich niet eigen maakt.
De argumentatie vind ik wel duidelijk en theoretisch lijkt het me ook wel juist. Maar ik vind het nog lastig om duidelijke toepassingen te ontdekken die volledig sluitend zijn. Ik zou graag concrete voorbeelden zien van situaties waar deze theorie in praktijk gebracht wordt. Op deze manier ziet het er meer uit als een (ongetwijfeld) goed idee, zonder te weten of het ook daadwerkelijk helpt. Dus als iemand goeie ideeën/voorbeelden heeft: schroom niet om ze mij kenbaar te maken!
Integreren
Ik voel me inderdaad meer (intrinsiek) gemotiveerd wanneer het leren een duidelijk doel heeft. Wanneer ik zie wat het uithaalt, wat je ermee kan. Ik heb bijvoorbeeld met de practicumlessen van de curcus “De Cel” enorme moeite, omdat ik het helemaal niet leuk vind. Het is naar mijn idee teveel scheikunde, en ik zie niet goed wat het doel is. Dan doe ik het eigenlijk alleen maar omdat het moet. Bij groepswerk zie ik weer heel duidelijk dat ik gemotiveerder word. Ik vind het leuk om met anderen samen te werken en leer veel van anderen. (Hopelijk anderen ook een beetje van mij…) Vaak worden die groepsopdrachten ook weer in een duidelijke context gezet (door middel van een casus of iets dergelijks), wat ik ook veel beter vind. Je krijgt er veel beter een idee bij en je ziet verbanden tussen wat je aan het doen bent.
Wat me tijdens het lezen wel opviel, was dat de theorie van “meaningful learning” tegenover het “connectivisme” lijkt te staan. Vorig jaar had ik met de cursus “Kijk Op Leerlingen En Leren” deze betrekkelijk nieuwe door George Siemens bedachte leertheorie onder de loep genomen. Siemens zegt dat het tegenwoordig niet meer nodig is om alles wat je moet leren, op te slaan in je hoofd. Hij zegt dat je beter kunt onthouden waar je de informatie kunt vinden. Volgens Jonassen zou dat dan leren VAN technologie zijn, omdat je het niet eigen maakt. Ik ben benieuwd of deze twee echt tegenover elkaar staan en welke van de twee het beste is… Misschien dat iemand mij op dit punt kan verlichten? Eén van mijn trouwe lezers wellicht?
Al met al spreekt het hoofdstuk me wel aan en ik vind die vijf kenmerken wel een mooi model om mijn lessen naast te leggen.
Toepassen
Zoals ik al eerder zei vind ik het moeilijk om iets concreets te maken van het verhaaltje. Ik vraag me af of je werkelijk elk kenmerk moet hebben voor een betekenisvolle les… Ik ga er in ieder geval mijn leermethodes en lessen op onderzoeken!
REACTIE:
Ik begin bij het onderdeel Begrijpen. Het is allereerst zonder twijfel duidelijk dat je de literatuur gelezen heeft. Je hebt in de eerste zinnen zelf een voorbeeld bij gemaakt die sterk overeen komt met die van Jonassen. Ook heb je de vijf kenmerken die Jonassen beschreven heeft in je BIT-verslag verwerkt. Zelf was ik niet zo gecharmeerd door de tekst van Jonassen, maar jij een stuk meer dan ik. Dit heeft voor mij meer het besef gegeven dat de theorie die Jonassen over meaningfull learning meer persoonsgebonden is. De ene leerling kan blijkbaar veel opsteken van alleen de stof te leren en door lessen te volgen, andere leerlingen moeten echt bezig zijn met de stof en zelf actief er achter aan gaan.
Toch heb ik nog een vraag. Je schrijft “De argumentatie vind ik wel duidelijk en theoretisch lijkt het me ook wel juist.” Waarom lijkt je het theoretische aspect juist? Met deze vraag wil ik niet stellen dat Jonassen fout zit, maar er wordt wel de indruk gewekt dat dit beter zou zijn. Waar blijkt dit uit?
Bij Integreren gaat Paco de stof betrekken op zichzelf. Hij geeft als voorbeeld de cusus De Cel en integreerd op die manier de stof op zichzelf. Ook hier zie ik weer de verschillen (ik had precies het tegenovergestelde bij die cursus). Verder integreerd hij het ook met een vak dat wij in het eerste jaar hebben gevolgd: kijk op leerlingen.
Bij het onderdeel Toepassen heb je de vraag of je werkelijk elk kenmerk moet hebben voor een betekenisvolle les. Ik denk zelf dat je niet in elke les alle kenmerken naar voren hoeft laten te komen.
Je moet wel in een blok alle aspecten naar voren hebben laten komen. En waarschijnlijk ben je al ‘onbewust bekwaam’ en gooi je die ascpecten door je les zonder dat je er zelf bij stil staat.
Mooi dat je zo over stof hebt nagedacht!!
http://progpigeon.wordpress.com/2008/11/28/opdracht-4-what-is-meaningful-learning/#comment-94
http://stienos.wordpress.com/2008/12/01/opdracht-4-what-is-meaningful-learning/
BIT verslag van STIJN
begrijpen:
Is de strekking van wat je leest jou duidelijk?
Over het algemeen is het mij wel duidelijk over wat ik gelezen heb. Sommige stukjes waren wel lastiger te begrijpen dan de andere stukjes, maar dat kwam vooral doordat het in het Engels was.
Is de argumentatie helder en juist?
Ik vind dat het boek met goede argumenten is gekomen die inderdaad helder waren. Ik denk ook wel dat de argumenten juist waren, ook al zijn deze moeilijk te bewijzen.
Welke vragen heb je n.a.v. de strekking en argumentatie?
Eerlijk gezegd heb ik geen vragen.
integreren:
Hoe past wat je hebt gelezen bij jouw eigen ervaringen?
Er staat bijvoorbeeld in de tekst dat er in groepjes beter geleerd kan worden en leerlingen beter kunnen presteren. Over het algemeen klopt dit natuurlijk wel, maar bij veel leerlingen klopt dit ook zeker niet. Die leerlingen liever door in hun eentje aan dingen te werken. Ik vind dat ze dit wel even in de tekst hadden kunnen vermelden. Het lijkt nu een beetje dat ze iedereen over 1 kam willen scheren.
Heb je voorbeelden of tegenvoorbeelden bij wat je hebt gelezen?
Als je in groepjes moet werken kan je hier een heleboel dingen uithalen die je aleen niet zou kunnen. Dit is bijvoorbeeld dat je door je groepsgenoten gemotiveerd kunt raken en je leert expliciet te werken. Een voorbeeld hierbij is:
Ik weet nog wel dat als ik vroeger in groepjes moest werken ik veel meer mij best deed dan als ik iets in mijn eentje moest doen(meer motivatie). Dit komt vooraal omdat ik niet wil dat andere leerlingen meer doen dan mij en maar daar dan voor aankijken. Het was voor mij ook altijd wel fijn om in groepjes te werken aangezien het dan altijd duidelijk was wat er moest worden gedaan, omdat iedereen wel een beetje wist hoe of wat. Als je dan alleen bent met een bepaalde opgaven was het voor mij altijd wel wat lastiger om te weten wat er nou precies gedaan moest worden.
Welke verbanden zie je met andere onderwerpen of theorieën?
Het grote verband dat ik zie in dit stukje en andere theorieën is dat leerlingen op meer verschillende manieren met hun werk moeten bezig gaan. Op die manier leren de leerlingen problemen van meerdere kanten te belichten en aan te pakken.
Wat spreekt je wel/niet aan en wat vind je wel/niet belangrijk?
Het spreekt me aan dat de leerlingen na het lezen van dit stukje worden gemotiveerd om ICT te gebruiken in hun studie en vooral ook hoe ze het moeten gebruiken. Dit is natuurlijk ook wel belangrijk (dat je weet hoe je het allemaal kunt gebruiken en waarom je het op die manier moet gebruiken).
toepassen:
Welke mogelijkheden zie je om wat je hebt gelezen toe te passen in je eigen onderwijspraktijk?
Als ik lessen ga voorbereiden en leuke werkvormen met opdrachten heb verzonnen ga ik aan de hand van figuur 1.1 uit dit boek kijken of het voldoet aan alle 5 de karakters van het ‘meaningful learning’.
Welke concrete voornemens maak je hierbij?
Ik ga me denk ik nu toch wel meer verdiepen in hoe ik ICT allemaal kan gebruiken en hoe ik dit dan echt nuttig kan maken. Ik ga me meer verdiepen in hoe ik ICT kan gebruiken als toevoeging op de les en het leren in plaats van hulpmiddel en vervanging van de lesstof.
REACTIE
Hey Stijn, je schrijft: “Ik vind dat het boek met goede argumenten is gekomen die inderdaad helder waren. Ik denk ook wel dat de argumenten juist waren, ook al zijn deze moeilijk te bewijzen.” Welke argumenten bedoel je specifiek?
Bij integreren wordt je kritisch, mooi want dat betekend dat je er over hebt nagedacht. Ik voel bij die tekst ook een beetje wat jij voelt. Ik ben niet fel tegen de tekst, maar heb wel mijn vraagtekens bij hoe Jonassen het brengt. Volgens mij is het vooral gericht op de leerlingen die in het huidige (ondertussen al weer het oude) schoolsysteem buiten de boot vallen.
Wat je zegt bij verbanden met andere onderwerpen/theoriën is ook leerzaam. Het is goed om leerlingen verschillende methodes aan te bieden. Dit maakt ze flexibel en de kans dat een leerlingen buiten de boot valt is ook een stuk kleiner. De rol van ICT is goed als je deze juist inzet in je les (het onderwijs).
Bij toepassen heb ik ongeveer dezelfde vraag wat ik ook aan paco stelde: denk je zelf dat alle vijf aspecten ook in elke les naar voren moeten komen of zou je, bij een lessenserie van 5 lessen, bij elke les één aspect sterk tot uitdrukking laten komen en dan elke les een andere doen?
http://stienos.wordpress.com/2008/12/01/opdracht-4-what-is-meaningful-learning/#comment-38
Filed under: opdrachten
1
- De samenwerking verliep op zich wel lekker, we hebben bijvoorbeeld een soort vergadering gehouden op msn, toch vind ik het prettiger samenwerken als ik de personen live zie.
- /
- Ik weet niet precies wat ik hier moet invullen maar wat ik wel weet is dat ik regelmatig mijn mail heb gechecked en vaak online was op msn waardoor ik bereikbaar was voor vragen uit mijn groepje.
- De begeleiding vond ik duidelijk. Toen we een no-go hadden gekregen werd duidelijk uitgelegd wat er moest worden veranderd en waar het probleem lag. Hierdoor konden we onze onderzoeksvragen goed aanpassen
2.
- Ik heb samen met Michiel aan de interviews voor docenten gewerkt en heb meegedacht over hoofd en deelvragen. Ook heb ik gewerkt aan deelvraag 1.
- Op een gegeven moment dachten we dat martin de interview al voor ons had gemaakt waardoor wij minder te doen hadden maar dat bleek achteraf niet zo te zijn (hij had alleen een beetje aangepast), ik (we) hebben dit even met hem gesproken en dat verliep perfect.
- Op rachel had ik de vraag of de vragen wel geschikt waren voor het type leerlingen dat zij had. En op michiel of de vragen niet wat overzichtelijker konden voor de interview voor docenten.
- We bespraken vaak tijdens het maken van de onderdelen dus het werd meestal al ‘goed’ op de wiki gezet.
- Iedereen heeft zich gehouden aan de gemaakte afspraken, we hebben regelmatig individueel elkaar aangesproken op internet of hebben via mail contact gehad. Iedereen heeft volgens afspraak gewerkt.
3.
- Uit het hier voorafgaande kan ik concluderen dat ik het groepsproces prettig vond, maar ik werk echt niet graag met een wiki. Ik hou er meer van om letterlijk met mensen rond de tafel te gaan om op die manier te werken aan opdrachten. Ook het misverstand bij 2B zou er niet zijn geweest als we niet met een wiki hadden gewerkt, want bij geschiedenis leek het alsof alles was veranderd (Michel had ons hier al ooit voor gewaarschuwd in de les).
- Leerpunten zijn dus dat ik heb geleerd dat er veel meer mogelijkheden zijn d.m.v. een wiki maar dat ik er toch liever niet mee werk. Wat ik jammer vond, los van het onderzoek, is dat er in de cursus weinig aandacht is besteed aan hoe je nou precies zo’n smartbord moet gebruiken, waar alle snufjes zitten en hoe je die kunt gebruiken in een bepaalde programma. Aandachtspunten in een volgend project zullen niet veel anders zijn als in dit project omdat dit prettig verliep. J
Filed under: opdrachten
Toen ik zelf op de middelbare school zat en we moesten over iets stemmen gingen we gewoon vingers tellen. Als we anoniem gingen stemmen ging er een pet rond en gooide je er een briefje in. In de filmpjes worden de voordelen op een rijtje gezet, je betrekt op een of andere manier de leerlingen bij de les ook al doe je aan anonieme stemming en als je het helemaal bont wilt maken kun je met je leerlingen een discussie beginnen over de uitslag. Ook kun je peilen of je leerlingen de stof hebben begrepen en waar het eventueel fout gaat. Een nadeel is wel dat het redelijk duur is.
Tijdens de les hebben we ook gewerkt met stemkastjes wat ik opzich wel leuk vond. Alleen hebben jammer genoeg niet veel tijd besteed aan het werken met een smartbord en hoe je mooi gegevens van stemkastjes kunt verwerken in fragiek.
In het filmpje “Digiborden & leren zichtbaar maken” verteld de docent dat hij de stemkastjes inzet om o.a. de voorkennis van zijn leerlingen te peilen. Wat opvallend is is dat de docent de uitslagen niet anoniem houdt. De uitslagen zijn dus gekoppeld aan een naam. Hij verteld vervolgens klassikaal wie het fout had en vraagt dan aan een leerling die het wel goed had om het uit te leggen aan de andere leerling (die het antwoord fout had). Ook zorgt deze vorm van stemmen dat de leerlingen geprikkeld worden om actief mee te doen “de leerlingen moeten stemmen”.
Op het stemkastje zit ook een ‘vraagteken’ knop. Als een leerling een vraag heeft, kan deze op dat knopje drukken en op het scherm is dan te zien wie een vraag heeft. Dit werkt drempelverlagend omdat sommige leerlingen moeite hebben vragen te stellen uit angst om dom over te komen. Het drukken op een knop is dan een minder grote stap dan je vinger op te steken en zo veel aandacht trekken.
Aan het eind van de les kan de docent aan de hand van een grafiek zien welke vragen goed beantwoord zijn door leerlingen. Als hij ziet dat merendeel van de leerling een bepaalde vraag fout had, kan de docent daar op in springen. Alles wordt dus een stuk overzichtelijker. Dus drie (didactische) voordelen op een rijtje:
- Iedereen doet mee
- Betrokkenheid
- Zichtbaarheid
In het filmpje “Digiborden & meningsvorming” wordt nogmaals benadrukt dat het gebruik van stemkastjes de betrokkenheid stimuleert van de leerlingen. Als je een opiniepeiling in de klas wilt houden en je hebt daarvoor een aantal vragen opgesteld, dan worden alle leerlingen gestimuleerd/gedwongen om mee te doen want je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om pas naar de volgende vraag te gaan als alle leerlingen hebben gestemd. Om de drempel te verlagen (vooral bij opinievragen) kun je de uitslagen anoniem houden. Als voorbeeld in het filmpje wordt het onderwerp criminaliteit gebruikt. De vraag wie zelf eens dader is geweest van vernieling wordt nu veel eerlijker ingevuld omdat de uitslagen anoniem zijn.
Je kunt een opiniepeiling doen aan het begin en aan het eind van een discussie. Met een grafiek kun je dan zien of er verschil is tussen de meningen van leerlingen aan ht eind van de discussie, dit zorgt ervoor dat leerlingen meer bewust zijn van hun mening.
De drie voordelen op gebied van meningsvorming zijn:
- Anonimiteit
- Overzicht
- Iedereen doet mee
ik heb reacties achter gelaten bij:
http://kreidler.wordpress.com/2009/01/12/opdracht-11-%e2%80%93-stemkastjes/#comment-34
http://progpigeon.wordpress.com/2009/01/21/opdracht-11-stemkastjes/#comment-88
http://popchop.wordpress.com/2009/01/23/opdracht-11-stemkastjes/
Filed under: opdrachten
Gemaakt door: Derk en michiel
b. Lees de forumdiscussie in bijlage 2 en gebruik H7 van Jonassen om de onderstaande vragen te beantwoorden.
1. Lees de forumdiscussie in bijlage 2.
Hieronder heb ik de discussie gezet.
2. Welke reactie vind je het meest nuttig voor de probleeminbrenger?
Onderbouw je antwoord met behulp van het boek.
Dark Dizzie:
Ik neem aan dat je weet wat de wet van ohm is? U=I*R.
Je hebt door een proefje 2 van deze waarden: De weerstand (R) en de stroomsterkte (I). Als je deze invult in de formule dat komt er dus de U uit. Komt deze U overeen met de U die gegeven was, dan geldt dus de wet van Ohm. Op een dergelijke wijze ga je na of de wet van ohm ook geldt voor de weerstand. Snap je het?
In deze reactie wordt in normaal Nederlands (geen moeilijke woorden) uitgelegd wat de wet van ohm inhoud. De rest van de posts vertellen het allemaal heel moeilijk en hebben het over dingen waarvan een scholier niet weet wat het is.
3. Welke reactie vind je het minst nuttig voor de probleeminbrenger?
Onderbouw je antwoord m.b.v. het boek.
Kazet:
Zou moeten voldoen? Is een lamp niet het schoolvoorbeeld van een niet-Ohmse weerstand?
Hoe dan ook, wat je kunt doen is het volgende: varieer de spanning en meet de stroom, of varieer de stroom en meet de spanning. Als je een recht evenredig verband krijgt tussen de spanning U en de stroom I, geldt dat de weerstand Ohms is. De evenredigheidsconstante (=helling) van je grafiek is dan R, mits je U uitzet op de y-as en I op de x-as.
Hij maakt een moeilijke post van illusion alleen maar nog moeilijker om en lijkt een beetje de wijsneus te spelen.
4. De discussie is niet gevoerd tussen klasgenoten. Daardoor komen potentiële problemen met forumdiscussies scherper naar boven. Er is ook geen moderator aanwezig om de discussie bij te sturen. Stel jij bent de moderator. Schrijf een interventie voor een specifieke plaats in de discussie. De interventie moet bedoeld zijn om de deelnemers elkaar beter te laten helpen. Je schrijft dus niet over de inhoud van het probleem, maar over het proces van samenwerking.
Het is jammer dat reacties zeer veel verschillen in niveau. De reactie van Dark dizzie is op het juiste niveau en van de andere reacties zouden scholieren alleen maar meer in de war raken.
c. Zet op sharepoint een forumdiscussie op voor je eigen groepje. De discussie moet gaan over een onderwerp uit de cursus. Iedere deelnemer schrijft minstens twee bijdragen en er is een moderator gekozen. Als de discussie ten einde is, analyseren jullie het geheel. Je beschrijft dan op je blog in hoeverre de discussie voldoet aan de aanbevelingen van Jonassen.
Naast het beantwoorden van de vragen, moet er eveneens een forumdiscussie worden aangemaakt. De forumdiscussie is te vinden op http://hubioleraar.multiforum.nl/index.php?mforum=hubioleraar en dan bij de groep van Derk, Martin, Michiel en Rachel (bij Digitale Didactiek).
Ik ben als moderator benoemd en hebben wij een onderwerp om erover te discussiëren. De vraag luidt: Leveren videogames positieve en/of negatieve bijdragen aan de ontwikkeling tijdens de vroege en midden adolescentie? Dit is volgens ons een mooi onderwerp omdat men vrij breed erover kan discussiëren en ook aandacht kan besteden aan het leerproces bij deze adolescenten (met gebruik van de aspecten uit het hoofdstuk ‘What is meaningful learning?’).
Ik heb een reactie achter gelaten bij:
http://stienos.wordpress.com/2009/01/11/opdracht-11-%e2%80%93-stemkastjes/
http://colafles.wordpress.com/2008/12/07/opdracht-8-forumdiscussies-in-het-onderwijs/#comments
http://bongoboy1989.wordpress.com/2009/01/13/een-grote-inhaalslag/#comments
Filed under: Uncategorized | Tags: 035, 2e, epiphone, gitaar, groningen, mathieu, michiel, moeder, utrecht, verboden, virinder, zaad
Onlangs hebben Mathieu Boner en Michiel van Velthuizen de stoute schoenen aangetrokken en zijn afgerijst naar onze buurstad Groningen (je weet toch zelf). Wat gingen deze twee jonge schandknapen daar toch doen? Een tijdje geleden heb ik een uitgebrijd(e) artiekel geschreven over de verboden gitaar van Michiel, nu enige tijd later heeft Michiel dus in Groningen weer een (verboden) gitaar gekocht. Want, ook dit keer, heeft zijn moeder Michiel verboden om een gitaar te kopen. Maar over semi-aukoustische epiphones heeft ze nooit gesproken, maar elk labiel mens kan bedenken dat dit ook gewoon onder de catagorie gitaren valt. Stoute, stoute, stoute, stoute Michiel. En ja Mathieu, jij bent medeplichtig!
Naughty boys! You must be punished!
Een BIT verslag bevat de volgende onderdelen:
- begrijpen:
o Is de strekking van wat je leest jou duidelijk?
o Is de argumentatie helder en juist?
o Welke vragen heb je n.a.v. de strekking en argumentatie?
- integreren:
o Hoe past wat je hebt gelezen bij jouw eigen ervaringen?
o Heb je voorbeelden of tegenvoorbeelden bij wat je hebt gelezen?
o Welke verbanden zie je met andere onderwerpen of theorieën?
o Wat spreekt je wel/niet aan en wat vind je wel/niet belangrijk?
- toepassen:
o Welke mogelijkheden zie je om wat je hebt gelezen toe te passen in je eigen onderwijspraktijk?
o Welke concrete voornemens maak je hierbij?
Begrijpen
De strekking is mij wel duidelijk hoewel ik nog steeds wel moeite heb om me door de tekst te worstelen. Er worden een aantal toepassingen van computersimulatie’s op een rijtje gezet. Het is meer een informerende tekst dan een argumenterende tekst. Waar kun je een bepaalde simulatie voor gebruiken bijvoorbeeld
Integreren
Op gebied van ervaring zijn alleen simulaties in de vorm van computerspelletjes die ik zelf gebruik (battlefield, Call of duty, GTA). Ik heb het een en’t ander meegekregen van simulatie’s. Mijn broer heeft mediatechnologie gestudeerd en heeft als stage gelopen bij de marine. Daar moest hij meehelpen om de scheepssimulator up-to-date te houden. Dus ook vaak op een fiets door Den Helder fietsen om foto’s te maken van de omgeving die later in de simulator werden verwerkt. Zo konden de mariniers oefenen in een ‘bekende’ omgeving.
Ook bij de pilotenopleiding worden dergelijke simulators gebruikt en bij de bouwkunde worden simulators gebruikt om een gebouw op verschillende externe invloeden te testen (bijvoorbeeld storm, aardbevingen e.d.). Zelf heb ik nog een tijdje in een autosimulator gereden voor ik met rijles begon. Ook maak ik vaak muziek op de computer met MIDI, een soort simulatie waarbij je bij wijze van spreken een eigen orkest kunt nabootsen. Je leert welke instrumenten leuk bij elkaar klinken zonder dat je al die instrumenten moet kunnen bespelen.
Ik zie voornamelijk een verband met het onderwerp leren door te doen. Je onthoud beter omdat je ook daadwerkelijk ziet wat er gebeurd door een simulatie. Bouwkunde studenten krijgen een beter beeld door een simulatie wat er kan gebeuren als er teveel kracht op de pilaren van een brug komt dan door een sommetje van natuurkunde waar niet overheen mag worden gegaan. Voor het vak biologie kunnen simulatie’s heel handig zijn omdat je ook vaak op zo’n kleine schaal bezig bent dat het moeilijk is om een beeld te krijgen van wat er nou echt daadwerkelijk gebeurd.
Toepassen
Ik maak niet zo heel vaak gebruik van simulatie’s in mijn les. Ik was wel van plan om dit meer te doen. Ik heb laatst een mijn leerlingen een simulatie laten zien van hoe een signaal wordt doorgegeven in het zenuwstelsel en ook hoe de hormonen van de bijnierschors hun werk doen. Van te voren moet ik dan wel even een ander lokaal reserveren met een beamer.
Filed under: Uncategorized | Tags: en, gelukkig, jaar, je, nieuw, toch, virinder, voort, weet, zelf, zo
Filed under: opdrachten | Tags: 7, actine, animatie, biologie, hallo, mathieu, myosine, opdracht, tralala
C

1 plaatje + tekst > tekst
2 plaatje > tekst
3 plaatje + tekst > plaatje (tijd) tekst
4 plaatje met heel veel tekst
5 plaatje + horen
6 plaatje + horen + tekst
Toelichting bij beoordeling
Het linker getal geeft aan om welke principe het gaat. Het getal daar rechts van geeft aan in hoeverre die bepaalde principe van toepassing is op het voorbeeld. Dit loopt van 0-5 (0= helemaal niet, 5 = hoort er helemaal bij).
voorbeeld 1:
http://www.sci.sdsu.edu/movies/actin_myosin_gif.html
In voorbeeld 1 is een animatie op moleculair niveau te zien van de werking van de spier. Links zie je alle onderdelen in beweging, rechts is een legenda wat alle onderdelen betekenen. Er staat geen tekst (uitleg) bij deze applet en er is ook geen geluid. Dit is vooral bedoeld voor leerlingen/studenten die over de werking van de spier moeten leren en met deze applet een beter beeld kunnen vormen.
1: 2
2: 4 (de legenda zou je als tekst/uitleg kunnen beschouwen en die is ruimtelijk in de buurt)
3: 0
4: 0
5: 2 (er is geen geluid aanwezig)
6: 2
voorbeeld 2:
http://highered.mcgraw-hill.com/sites/0072495855/student_view0/chapter10/animation__myofilament_contraction.html
Voorbeeld 2 is wat onderwerp betreft hetzelfde als voorbeeld 1. Echter, in voorbeeld 2 is ook geluid aanwezig + tekst.
1: 4 (er is een goede balans tussen tekst en plaatje)
2: 4 (de tekst is niet ver van het plaatje verwijderd)
3: 5 (zodra je de animatie afspeelt komt de tekst onder het plaatje dat bij het desbetreffende stuk van de animatie hoort)
4: 0 (de tekst wordt in kleine stukjes geknipt waardoor je geen grote lappen tekst hebt)
5: 5 ( je kan ook de tekst wegklikken)
6: 5 (al deze 3 elementen zijn aanwezig)
Hoewel deze 2 applets hetzelfde illustreren verschillen deze van elkaar. Voorbeeld 1 is alleen nuttig als de student naast de animatie ook een boek heeft met tekst waarin uitleg wordt gegeven waar het om gaat. Voorbeeld 1 is in dat geval handig om een beeld te geven bij de tekst.
Voorbeeld 2 is echter een stuk duidelijker dan voorbeeld 1. Terwijl de animatie loopt wordt er zowel via geluid als tekst uitleg gegeven wat er in de animatie gebeurd.
D
ik heb een reactie achter gelaten bij:
http://popchop.wordpress.com/2008/12/21/opdracht-7-cognitieve-multimedia-theorie/
http://margorach.wordpress.com/2009/01/05/opdracht-7/
http://stienos.wordpress.com/2009/01/07/opdracht-7-cognitieve-multimedia-theorie/
Filed under: opdrachten | Tags: 10, kanaal, mathieu, michiel, opdracht, poep, van, velthuijsen, zeboasje
Vragen expert op afstand:
1. Op het filmpje ‘Digiborden en leren op afstand’ wordt er verteld dat de technische mogelijkheden al bereikt zijn maar op het gebied van organisatie nog niet. Wat wordt hier precies mee bedoeld? Welke organisatorische aspecten worden hierbij bedoeld? Het is toch een kwestie van gewoon mailen, afspreken en aansluiten?
2. Als ik live met iemand een gesprek voer, dan ben ik meer met emoties en gebaren bezig waardoor ik de ander bij het gesprek betrekt; bij video conferencing is dat een stuk minder waardoor je minder bij het gesprek betrokken bent en minder goed informatie opneemt misschien. Welke mogelijkheden zijn er ontwikkeld om dit ‘inlevingsvermogen’ zo optimaal mogelijk te behouden?
3. In hoofdstuk 1 uit het boek van Jonassen, hebben wij geleerd dat ‘meaningful learning’ plaatsvindt via vijf verschillende kenmerken, namelijk active, constructive, cooperative, authentic en intentional. In hoeverre voldoet het gebruik van video conference aan deze kenmerken binnen het onderwijs?
Voorbeeld: op programma Hart van Nederland gezien dat een leerling langdurig ziek was en dmv video conference actief deel kon nemen aan lessen…Maar hoe wordt daarmee dan bijv cooperative (samenwerking met andere leerlingen) bevorderd?
Schrijf op je blog een post over de video conference. Verwerk in je post wat Jonassen schrijft over videoconferencing
Wat Jonassen over videoconferencing zegt komt er eigenlijk op neer dat het een goede manier is om met mensen die ver weg zijn te communiceren (en eventueel informatie winnen). Door technische verbeteringen zou het veel beter mogelijk zijn om een video conference plaats te laten vinden. Helaas is dat niet gebleken uit het interview met Hofman. De verbinding was niet optimaal waardoor Bob vaak moeilijk te verstaan was (soms vielen gedeelten van de zin weg). Ik zelf had grote moeite om hem te verstaan. Soms vroeg hij mij iets als reactie op mijn vraag en dan had ik geen flauw idee waar hij het over had omdat ik hem simpelweg niet kon verstaan. Voor de mensen die niet voor de webcam zaten had dit als gevolg dat zij niet/minder actief betrokken waren bij het gesprek.
Dit neemt niet weg dat het idee achter video conferencing wel goed is en dat informatieoverdracht een stuk makkelijker wordt. Je zou voor informatiewinning ook een email naar een ‘expert’ kunnen sturen, dit vergt veel minder organisatie om twee personen (of meer) op dezelfde tijdstip voor een webcam te krijgen. Maar stel professor Wortel in Uganda maar 1 keer per week zijn email bekijkt schiet je vrij weinig op als hij een vraag anders opvat en dus op iets anders antwoord. Je moet dan weer een mailtje sturen om je vraag te verduidelijken en dan ben je weer een week verder. Tijdens een video conference kun je meteen onduidelijkheden oplossen en ga je een stuk efficiënter om met je tijd.
Ook het leer rendement stijgt hierdoor. Een bepaald antwoord dat gegeven kan een nieuwe vraag oproepen bij een leerling waardoor er een spel tussen vraag en antwoord ontstaat dat bij email-verkeer een stuk moeilijker is.
Ook is er meer begrip voor informatie omdat leerlingen ook gebaren en gezichtsuitdrukkingen kunnen zien, maar ook stemgebruik. Leerlingen slaan informatie dan wat makkelijker op.
Daarnaast is het vaak het geval dat je nou eenmaal meer zegt als je kletst dan als je schrijft, vaak ga je niet zo veel/ niet allemaal kleine voorbeeldjes in een tekst verwerken die je wel geeft als je aan het praten bent.
Video conferencing heeft, als de technologie het toelaat, veel didactische voordelen voor het onderwijs.
reactie achter gelaten bij:
http://stienos.wordpress.com/2009/01/11/opdracht-10-%e2%80%93-expert-op-afstand/
http://zuus.wordpress.com/2008/12/16/expert-op-afstand/
http://2013tm.wordpress.com/2009/01/05/expert-op-afstand/#comment-17